Expert-reflectie ten behoeve van Lessons Learned COVID-19

Naam:                 Prof.dr.ir. Jan Rotmans

Functie:              Hoogleraar Duurzaamheid & Transities

Organisatie:       DRIFT, Erasmus Universiteit Rotterdam

Datum:               08 augustus 2020

Onderwerp expert-tafel: Effecten generieke lockdown

Wat is het perspectief van waaruit u kijkt (bijvoorbeeld, wetenschap, praktijkdeskundige, en welke achtergrond)?

Vanuit een integraal wetenschappelijk en maatschappelijk perspectief. Daarom heb ik het Break-out Team opgericht, als pendant van het Outbreak Management Team, dat louter uit medici bestaat. Het Break-out Team bestaat uit experts vanuit verschillende disciplines, zoals economie, gedragswetenschap, filosofie, milieu & duurzaamheid en uit praktijkmensen uit zorg, onderwijs, kunst & cultuur, democratie & besluitvorming. Kortom een multidisciplinaire mix van experts en praktijkmensen die gezamenlijk integraal pogen te kijken naar de COVID-19 problematiek en creatieve, innovatieve oplossingen proberen aan te dragen.

Wat zou u, met de kennis van nu, het kabinet adviseren om, vanuit het oogpunt van langdurige zorg, precies weer zo te doen dit najaar om een opleving te voorkomen of, mocht hij komen, snel in te dammen? Welke elementen in de aanpak zijn wat u betreft waard om vast te houden, te herhalen of uit te bouwen, vanuit het perspectief van de langdurige zorg? En waarom?

De lockdown was nodig maar kwam te laat, we hadden twee weken eerder kunnen en moeten zijn, dat is een eerste belangrijke les. De lockdown werd intelligent genoemd, wat deels zo is, omdat hij beheerst was, beperkt en niet te streng. De exit-strategie was echter verre van intelligent, die was te algemeen en te grofmazig, zonder te differentiëren naar tijd, plaats, leeftijd, sector en regio. Zo’n te grofmazige exit-strategie legt onnodige beperkingen op aan te grote groepen mensen en treft de kwetsbaarste mensen, groepen en sectoren het hardst. Je kunt Groningen niet vergelijken met Rotterdam en jongeren niet met ouderen.

In het beginfase van de lockdown domineerde het medisch perspectief, waarbij de individuele gezondheid vooropstaat en we elk mensenleven willen redden. Het doel van deze puur medische strategie was de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen om zoveel mogelijk levens te redden. De capaciteit van de intensive care was hierbij leidend. Deze strategie is grotendeels gelukt en heeft veel levens gespaard en vele gezonde levensjaren gewonnen. Ex-post is deze puur medische strategie te legitimeren voor de lockdown.

In de exit-fase is echter te lang vastgehouden een puur medische strategie en dat heeft de nodige schade aangericht. Het perspief was te smal, feitelijk ontbrak een helder perspectief voor mensen, omdat niet werd gekeken vanuit een brede, maatschappelijke invalshoek. De daarmee gepaard gaande economische crisis en het uitstellen van reguliere zorg heeft waarschijnlijk nog meer levens en gezonde levensjaren gekost.

De afweging die eerder gemaakt had moeten worden is die tussen de gezondheidswinst van een puur medische aanpak versus de gezondheidsschade van de uitgestelde reguliere zorg en economische crisis. Daarbij moeten we voorkomen dat de schade van de aanpak groter wordt dan die van het virus zelf.

De exit-strategie was dus niet intelligent omdat de verschuiving van medisch naar maatschappelijk perspectief ontbrak en te star werd vastgehouden aan beperkende maatregelen in algemene zin. Intelligent zou hebben betekent dat van meet af aan was onderscheiden naar regio, doelgroep, sector, etc. Ook dat is een belangrijke les voor een volgende keer. Geen generieke strategie meer, maar specifiek en onderscheidend naar relevante dimensies.

De crisis markeerde ook de disbalans in het zorgstelsel. Tussen care en cure, waarbij de cure heel dominant was (zeker de ziekenhuiszorg, ook dominant aanwezig in het Outbreak Management Team), en de care ondergeschikt en op veel plaatsen volledig vergeten is. Met name de verpleegzorg en daar is heel wat fysieke en mentale gezondheidsschade aangericht. Een belangrijke les is dat in de verpleegzorg te algemene maatregelen zijn genomen, terwijl grote behoefte is aan maatwerk. Geef zorgorganisaties het vertrouwen om passende maatregelen te nemen in samenwerking met de veiligheidsregio. Voorbeeld: Zorgorganisaties hebben massaal de restaurants moeten sluiten met als gevolg dat mensen minder goed eten en minder sociaal contact hebben in de laatste fase van hun leven. Terwijl de 1.5 meter regel is in te richten in veel restaurants. In de verpleeghuiszorg moet de kwaliteit van leven centraal blijven staan.

De communicatie ronde de 1.5metersamenleving is bepaald ongelukkig geweest. De 1.5meter samenleving is niet normaal en zal dat ook nooit worden. Het is hooguit een tijdelijk normaal, noodgedwongen. Maar in de kern is het een tegennatuurlijke situatie. Mensen houden er niet van en zullen zich er na verloop van tijd ook niet meer aan houden. Spreek dus niet meer over het ‘nieuwe normaal’, maar over een ‘tijdelijke aanpassing’. Halsstarrig vasthouden aan de 1.5metersamenleving zal leiden tot toenemend verzet. Maak ook helder onderscheid tussen buiten en binnen, buiten hoeven we minder stringent om te gaan met 1.5meter. Veruit de meeste besmettingen vinden plaats binnenshuis en in het openbaar vervoer. In veel mindere mate in de horeca, dus al te stringente maatregelen zijn daar niet op zijn plaats.

De controverse rond mondkapjes is verwarrend voor mensen. Je kunt wel blijven wachten op wetenschappelijke consensus over het effect van mondkapjes, maar die komt er wellicht nooit. Het is beter begrip te hebben voor de maatschappelijke druk, omdat mensen zien en ervaren dat ze in omringende landen wel gedragen moeten worden. Voer ze dus functioneel in op plekken waar lastig aan de 1.5meter afstand kan worden voldaan, zoals bij plekken waar veel mensen samenkomen: evenementen, sportwedstrijden, winkelcentra, etc. Wees daar helder en éénduidig in, dat schept helderheid waar veel mensen behoefte aan hebben.  

Deze fase van de corona crisis stelt ook andere eisen aan de communicatie. Enerzijds is helderheid en strengheid vereist om mensen weer te overtuigen afstand te houden en ze te overtuigen van het nut en de noodzaak van de maatregelen. Dit zal steeds lastiger worden, omdat er steeds meer onbegrip en onvrede zal komen en er ‘coronamoeheid’ zal optreden. Maar in deze fase van de crisis past het niet meer om mensen alleen maar top-down en betuttelend toe te spreken. Mensen willen serieus genomen worden en kunnen aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid vanuit een zeker vertrouwen. Slechts een relatief kleine groep onttrekt zich aan de maatregelen en die moet daar specifiek op worden aangesproken. Sowieso vraagt elke doelgroep om een andere benadering. Je kunt jongeren niet alleen benaderen via een persconferentie op tv. Het zou beter zijn om gebruik te maken van de kracht van ‘influencers’ voor het bereiken van jongeren. Maar doe dat wel slim en betrek jongeren daar ook zelf bij, anders heeft het niet of nauwelijks effect. Ook kwetsbare mensen kunnen beter op een eigenstandige manier worden benaderd, bv. door ervaringsdeskundigen. Er wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de moderne communicatiemiddelen, de communicatie loopt vooral via traditionele media (tv, radio) in de vorm van persconferenties. Dat is in feite niet meer van deze tijd en daarmee bereik je grote groepen, zoals jongeren, niet meer. Het zou beter zijn de dialoog te zoeken met uiteenlopende doelgroepen van de Nederlandse samenleving, met behulp van moderne communicatiemiddelen en digitale media.  

Wat zou u, met de kennis van nu, vanuit het perspectief van de langdurige zorg, het kabinet adviseren om dit najaar anders, of nieuw te doen in het voorkomen of indammen van een opleving van het virus? En waarom?

Hoe het beter en anders kan staat deels hierboven al aangegeven. Hierbij nog puntsgewijs de belangrijkste aandachts- en verbeterpunten:

  • Meer, beter en sneller testen. Het duurt nu nog vaak te lang voordat men zich kan laten testen, of voordat de uitslag bekend is. Nu is de doorlooptijd tussen testen en testuitslag ca. 6 dagen, zoals in Rotterdam, dat kan terug naar 1 dag. Snelle verwerking van het testmateriaal is van vitaal belang. En testcapaciteit verder decentraliseren naar het lokale niveau.
  • Binnenkomend verkeer screenen, zeker uit oranje en rode gebieden. En geen vrijwillige zelfquarantaine, maar verplichte quarantaine na risicovol bezoek, anders is het te vrijblijvend.
  • Nationale kaders bieden, maar regionaal en lokaal beleid voeren. Lokale brandhaarden onmiddellijk indammen. In de volgende fase van de crisis is de uitvoering regio-specifiek en lokaal qua implementatie. Het dashboard moet ook verfijnd worden, anders is het te grofmazig en heeft het geen echte toegevoegde waarde.
  • Doelgroepenbeleid wordt de norm. De grootste problemen zitten nu bij jongeren en allochtonen, dat vraagt om een specifieke aanpak en communicatie.
  • Mondkapjes verplichten in kritische gebieden, op lokaal niveau en bij alle drukke omstandigheden binnen en bij grote bijeenkomsten buiten. Wees daar helder en transparant in, ook al is er geen sluitend wetenschappelijk bewijs voor het positieve effect van mondkapjes dragen, het geeft wel klaarheid en daar is grote behoefte aan.
  • Betere ventilatie in gebouwen en scholen wordt cruciaal in het najaar, daar wordt nog veel te weinig aandacht aan besteed. Er is overtuigend bewijs dat dit helpt om de verspreiding van het coronavirus in te dammen. Teveel tijd is verkwist met non-discussies, we hadden al veel eerder kunnen beginnen met het aanpakken van de ventilatie in binnenruimtes.
  • Veel betere en slimmere communicatie is nodig in de volgende fase van de crisis. Meer pluriform, gericht op verschillende doelgroepen, niet alleen top-down, maar zoek de dialoog met de doelgroepen.
  • Betrek ook de kracht en expertise van de samenleving om tot creatieve oplossingen te komen. Zo geven jongeren aan dat al het geld dat naar ‘influencers’ is gegaan, geen significant effect heeft gehad op het gedrag van jongeren. Vooral omdat jongeren dat doorzien en er zelf niet bij betrokken worden, komt het te artificieel over en werkt het niet.
  • Grijp de crisis aan om de zorg te hervormen. Vooral wat betreft de organisatie: veel meer regionaal en lokaal georganiseerd. En inhoudelijk veel meer het accent op preventie dan op curatie. Het beste medicijn tegen het coronavirus is het weerbaarder maken van de bevolking door mensen gezonder te maken. Voldoende bewegen, gezond eten en mentale balans zijn belangrijke bouwstenen voor weerbaarheid.  
  • Een bredere blik op de corona crisis is hard nodig. We kunnen niet nog een keer te smal kijken, vanuit alleen het medisch perspectief. Het maatschappelijk en menselijk perspectief moet in de volgende fase minstens zoveel ruimte krijgen. Anders is de economische schade en mentale schade niet te overzien en kunnen we een geweldige terugslag krijgen de komende Jaren.
  • Het Outbreak Management Team moet ook verbreed worden met niet-medische experts, zoals in Duitsland, wat daar goed functioneert. Of anders een soortgelijk team er naast, met experts op het gebied van economie, gedragswetenschappen, milieu en duurzaamheid, transities, communicatie, etec.
  • En ten slotte niet te lang wachten met ingrijpen als dat echt nodig is. Eén van de lessen uit de lockdown is dat ca. twee weken te laat is ingegrepen. Vaak is Nederland volgend en niet leidend in vergelijking met andere landen, laat het nu een keer omgekeerd zijn, indien nodig.

“Het gewone wordt weer bijzonder”

De corona crisis grijpt diep in op ons dagelijks leven, en velen ervaren de gezondheidseffecten en economische nadelen. Toch schuilen er gelukkig ook positieve punten in deze crisis.

(i) Het gevoel van saamhorigheid, het idee dat we samen voor een enorme opgave staan, en dat we die alleen samen kunnen oplossen.

(ii) De waarde van samenredzaamheid. Samen dingen doen en ondernemen, met en voor elkaar. Elke crisis gaat gepaard met een toename van burgerinitiatieven, elkaar helpen in de buurt, oog hebben voor de kwetsbaren en zwakkeren.

(iii) Positieve milieu-effecten. We verplaatsen ons minder, en vervuilen dus minder. Ook worden minder spullen gekocht en verkocht, wat minder vervuiling oplevert. China stoot nu 25% minder CO2 uit dan normaal.

(iv) Herwaardering van het gewone. Wie altijd op pad is, ziet het gewone over het hoofd. Het bijzondere schuilt juist in het gewone, in huis, bij je naasten, en in jezelf.

(v) Tijd voor bezinning. Juist nu is er ruimte voor Kairos tijd, tijd voor reflectie. Want wie echt wil veranderen moet eerst tot stilstand komen.

 

De Groene Hesjes komen er aan: en ze gaan niet meer weg

 

De Groene Hesjes komen er aan: en ze gaan niet meer weg

   Jan Rotmans

   Erasmus Universiteit Rotterdam

Ik was erbij donderdag 7 februari 2019. En het was indrukwekkend. Zo’n 15.000 scholieren, jong en springerig, en tegelijkertijd serieus en betrokken. Een golf van energie ging door de stad Den Haag en over het Malieveld. Wat mij trof was de vastberadenheid: “volgende week staan wij hier weer” was de terugkerende leus. Is dit de voorbode van een nieuwe protestbeweging? Zijn dit de groene hesjes? Het lijkt er verdacht veel op.

Maatschappelijke bewegingen zijn collectieve, informele netwerken van mensen met gedeelde waarden die een doel willen realiseren. In de 19de eeuw ontstonden sociale bewegingen, zoals de arbeidersbeweging en de vrouwenbeweging, vanuit maatschappelijke onvrede die de industriële revolutie met zich meebracht. Nu bevinden we ons opnieuw in een overgangsperiode, als onderdeel van een digitale en duurzame revolutie. Ook nu is er veel maatschappelijke onvrede, onzekerheid en chaos, die de voedingsbodem vormen voor nieuwe maatschappelijke bewegingen. Denk aan de Occupy beweging, de MeToo beweging, en de klimaatbeweging. Met wisselend succes, en wat succesvolle bewegingen onderscheidt van minder succesvolle, is dat zij herkenbare leiders hebben, positieve waarden delen, strategische interventies plegen, werken met rituelen, en slimme acties die overal aandacht trekken. Vaak ontstaan uit een klein groepje individuen met tegendraadse ideeën, kunnen zij een onstuitbare kracht ontwikkelen, en een golfbeweging op gang brengen.

Moderne bewegingen organiseren zich bovendien als een zwerm, op digitale wijze, waardoor zij snel en behendig kunnen manoeuvreren en in heel korte tijd massa’s mensen op de been kunnen krijgen. De gele hesjes zijn een voorbeeld van zo’n effectieve, moderne beweging, die gesteund worden door twee derde van de Franse bevolking. Maar ook de divestbeweging, begonnen met een klein groepje studenten in Amerika, is uitgegroeid tot een wereldwijde studentenbeweging. De kracht van bewegingen is dat zij ongrijpbaar zijn en daardoor bedreigend voor de bestaande orde. Hun zwakte is dat zij geneigd zijn zich na verloop van tijd formeel te organiseren, waardoor zij onderdeel worden van wat zij eerst bestreden.

En dan nu de groene hesjes. De afgelopen tijd zijn in heel Europa jongeren massaal de straat op gegaan, om meer klimaatambitie te eisen van de politiek. Na België, Duitsland, Zweden en Frankrijk gingen ook in Nederland scholieren de straat op om te staken voor een ambitieuzer klimaatbeleid. Op basis van de feiten die de klimaatwetenschap verschaft, hebben de actievoerders groot gelijk. Twee generaties voor hen hebben verzaakt het klimaatprobleem tijdig aan te pakken, en hebben er de jongste generatie mee opgezadeld. En deze kinderen beseffen dat, en voelen dat bovenal. Het begon allemaal met een Zweeds meisje, Greta Thunberg, de eerste klimaatspijbelaar, die blijft spijbelen totdat Zweden zijn klimaatdoelen realiseert. Zij maakte grote indruk met haar prikkelende toespraak bij de VN-klimaattop in het Poolse Katowice, en daarna eveneens op het Wereld Economisch Forum in Davos. Zo groeide zij in zeer korte tijd uit tot een internationale mediaster en klimaaticoon, en werd een inspiratiebron voor miljoenen kinderen over de hele wereld. Ongewild fungeerde zij als katalysator voor een snel groeiende beweging van stakende scholieren.

Wordt dit uiteindelijk een succesvolle protestbeweging? Het is nog te vroeg om dat vast te stellen, maar de potentie is er zeker. Er is sprake van een duidelijke leider (Greta Thunberg), aantrekkelijke rituelen (klimaatspijbelen), gedeelde waarden (beter klimaat, ambitieuzer klimaatbeleid), ze zijn schijnbaar ongeorganiseerd, als een zwerm, maar worden toch vanuit een cockpit (youth for climate) aangestuurd, en gebruiken de sociale media slim voor effectieve acties, zodat ze zich razendsnel kunnen organiseren. Tot slot hebben zij een hernieuwd sociaal engagement, wat hun voorgangers misten. De tijdsgeest is hun beste metgezel, want ze hebben momentum. Zij gaan niet meer praten, of vergaderen, zij willen concrete en onmiddellijke actie. Voorgaande generaties hebben hierin gefaald, en er voor gezorgd dat de lasten op hun schouders terecht komen, en zij voelen die druk.

Kunnen zij het momentum vasthouden, en zodanige informele druk uitoefenen, dat de energietransitie daadwerkelijk in een versnelling komt? We gaan het zien, maar de voortekenen zijn positief. Op 15 maart is een wereldwijde scholierenstaking gepland, die honderdduizenden jongeren moet trekken. De groene hesjes zijn er. En ze gaan niet meer weg.

 

Wetenschappers steunen massaal scholierenstaking klimaatbeleid

 

Wetenschappers steunen massaal scholierenstaking klimaatbeleid

In een open brief, gepubliceerd op 7 februari 2019 in Trouw, roepen honderden hoogleraren, wetenschappers en academici van Nederlandse universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen de politiek op om dringend meer klimaatambitie te tonen.

Lees het artikel en de open brief:

https://www.trouw.nl/groen/350-wetenschappers-steunen-scholieren-die-vandaag-spijbelen-voor-het-klimaat~a9317271/

De hoogleraren, wetenschapers en academici die de open brief hebben ondertekend:

Dr. ir. Geert Aarts  Wageningen University
Jeroen Tjomme Alkema Wageningen University
Andrew Allen Radboud University
Eline Ampt Wageningen University
Muriel Arts Erasmus Universiteit
Prof.ir. T. Asselbergs TU Delft
M.A.L.M. van Assen  Tilburg University
Dr. Flor Avelino Erasmus Universiteit Rotterdam
Prof.dr.ir. C.Bakker TU Delft
Dr. Liesbeth Bakker NIOO-KNAW
Julian Bakker Wageningen University
Frank de Bakker IÉSEG School of Management
Prof. dr. Ruud Balkenende TU Delft
Charlotte Ballard MSc  Utrecht University
Dr. David Baneke Utrecht University
Mariska Beekman  Wageningen University
Dr. P.J. Beers Erasmus Universiteit
Jim van Belzen NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Rob van Bemmelen Wageningen University
Prof. dr. Martin van den Berg Universiteit van Utrecht
Prof. J. v.d. Bergh Universiteit Barcelona
Nele Beyens  UMC Utrecht
Dr. Arjen Biere NIOO-KNAW
Prof. dr. F. Biermann Utrecht University
Dr. J.D.L. van Bleijswijk NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Janneke Bloem Wageningen University
Ir. Tess Blom TU Delft
Prof. dr. P.M. van Bodegom Universiteit Leiden
J.de Boer NIOO-KNAW
Bertram de Boer Leiden University
Prof.dr. J. Boersema Universiteit Leiden
Margreet Boersma-de Jong Hanzehogeschool
Dr. Aart Bontekoning Aart Bontekoning.nl
Michiel P. Boom NIOO-KNAW
Dr. Bram Bos wageningen university
Dr.ir. Klaas Bouwmeester Wageningen University
Jeffrey Brand MSc  Utrecht University
Prof. dr. Henk Brinkhuis Universiteit van Utrecht
Ir. Ger Brinks Saxion Hogeschool
Ir. Siebe Broersma TU Delft
Jessica de Bruijn Wageningen University
Prof. dr. Geert-Jan Brummer Vrije Universiteit
Prof. dr. ir. B. Brunekreef Universiteit Utrecht
professor E.M.van Bueren TU Delft
Prof dr. Gerard van Bussel TU Delft
Elena Cavagnaro Stenden Hogeschool
Dr. R.J.G. (Rutger) Claassen  Utrecht University
Marielos Peña Claros  Wageningen University
Dr. Anda Counotte Open Universiteit
Prof.dr.ir. Jacqueline Cramer Utrecht University
Prof.dr. B. Dam TU Delft
Prof. dr. Rietje van Dam-Mieras Universiteit Leiden
Oscar David  TIAS
Steven Declerck NIOO-KNAW
Prof.dr. S.C. Dekker Universiteit Utrecht
Prof. dr. E. Demerouti Technische Universiteit Eindhoven
Dr. ir. G.C.H. Derksen HZ University of Applied Sciences
Prof.dr. Marcel Dicke Universiteit Wageningen
Dr. J. van Dijk Utrecht University
Jelle Dijkstra NHL Stenden Hogeschool
Natalie E. van Dis NIOO-KNAW
Prof.dr.ir. Andy van den Dobbelsteen TU Delft
Dr. Gert Doekes Universiteit van Utrecht
Dr.ir. Machiel van Dorst TU Delft
Ardi Dortmans TNO
Giovanni Douven Hogeschool InHolland
Prof. dr. Peter Driessen  Utrecht University
Prof. dr. Sven Dupré  Utrecht University
Marcus Düwell Utrecht University
Prof.dr.ir. Klaas van Egmond Universiteit Utrecht
Götz Eichhorn NIOO-KNAW
Jasper A.J. Eikelboom Wageningen University
Ir. Layla van Ellen TU Delft
Peter van den Engel TU Delft
Prof. dr. E.R. Engelen Universiteit van Amsterdam
Esser, Helen  Wageningen University
Prof. dr. A.P.C. (André) Faaij Universiteit Groningen
Dr.Ir. T. Fernandes NIOO-KNAW
Dr. Luc Fransen Universiteit van Amsterdam
Ir. Michiel Fremouw TU Delft
Martin Calisto Friant Utrecht University
B. Geldermans MSc TU Delft
Prof.dr. Reyer Gerlagh Universiteit Tilburg
Dr L.J.A. Gerringa NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Darinde Gijzel TU Delft
Dr.ir. Leo Gommans TU Delft
Dr. Hasse Goosen Wageningen University
Prof.dr. John Grin Universiteit van Amsterdam
Prof.dr. A. de Grip Universiteit Maastricht
Marleen Janssen Groesbeek Avans Hogeschool
Prof. dr. ir. V.H. Gruis TU Delft
Dr. A. Gsell NIOO-KNAW
dr. Floor Haalboom  Rachel Carson Center München, Erasmus MC, utrecht university
em.prof. Michiel Haas MSc/PhD TU Delft
Prof.dr. Wim Hafkamp Erasmus Universiteit Rotterdam
Zoheir Haghighi MSc TU Delft
Prof. dr. M. Hajer Universiteit Utrecht
Prof. dr. Ir. Anke van Hal Nyenrode Business Universiteit
Dr. Hans van Haren NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
dr. Janneke van der Heide Hogeschool van Amsterdam
Prof.dr.ir. R. van der Heijden Radboud Universiteit Nijmegen
Jurgen van der Heijden Het Groene Brein
C.M. Hein TU Delft
Robin Heinen NIOO-KNAW
Ignas Heitkonig Wageningen University
Dr. Marieke Hendriksen  Utrecht University
Colin Hickey Utrecht University
Sander Hilgen Vrije Universiteit Amsterdam
Dr. M. Hisschemoller Erasmus Universiteit Rotterdam
Jeroen Hoekendijk NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Prof.dr.ir. Arjen Hoekstra Technische Universiteit Twente
Dr. Anouschka Hof Wageningen University
Prof. dr. Frank Huisman UMC Utrecht
Dr. H.M. (Hieke) Huistra Utrecht University
Pieter Huistra Utrecht University
Prof.dr. Kees Hummelen Rijksuniversiteit van Groningen
Prof.dr. Harry Hummels Universiteit Maastricht
Prof.dr. Ana Maria de Roda Husman Utrecht University
Prof.dr. Ekko van Ierland Wageningen Universiteit
Prof.dr. L.C.M. Itard TU Delft
Dr. W.P.M.F Ivens Open Universiteit
Dr. M. de Jager NIOO-KNAW
Dr. A. Janssen Wageningen University
Marleen Janssen Groesbeek Fossielvrij NL
Simon Jenniches MSc Utrecht University
Dr. Marieke Femke de Jon NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Ing.P. de Jong TU Delft
Dr. M.F. Boersma de Jong Hanzehogeschool
dr. Maaike de Jong  Wageningen University
Renske Jongen NIOO-KNAW
Prof.dr. Jan Jonker Radboud Universiteit Nijmegen
Ing. M. Kaandorp NIOO-KNAW
Ir. Nick ten Kaat TU Delft
Jorke Kamstra Universiteit van Utrecht
Dr. Philip Marcel Karré Hogeschool InHolland
Peter Karssemeijer Wageningen University
Prof.dr.ir. U. Kaymak TU Eindhoven
Prof.dr. Rene Kemp Universiteit Maastricht
Warner van Kersen, MSc  Utrecht University
Prof. dr. Arjo Klamer  Erasmus Universiteit Rotterdam
Dr. Han van Kleef Inholland University of Applied Sciences
prof. D. Kleijn Wageningen University
Dr. Rosalinde Klein Woolthuis Vrije Universiteit
Prof.dr. Alfred Kleinknecht TU Delft
Jochem Klompmaker Utrecht University
dr. Peter Klosse  Zuyd University 
Karen Kloth  Wageningen University
Gijs Klous Universiteit van Utrecht
Prof. Dr. C.I. Koen  TIAS
Prof.dr. A.G. de Kok Technische universiteit Eindhoven
Pieter Martijn Kolijn Erasmus Universiteit
Prof. dr. J.E.M. (Ans) Kolk Universiteit van Amsterdam
Petra van der Kooij Utrecht University
Helen Kopnina Haagse Hogeschool
Prof.dr.ir. G. Korevaar TU Delft
Gerard Korthals NIOO-KNAW
Leontien Kraaijeveld Utrecht University
Nynke I. Kramer Utrecht University
Prof.dr. Carolien Kroeze Wageningen Universiteit
E.J.M. Krop Utrecht University
Dr. B. Kruijt Wageningen University
Dr. J.  Kuiper Stockholm Univerity
Ir. Machteld Lamers TU Delft
Jacqueline Landa Fontys Hogescholen
Dr.ir. Angelique Lansu Open Universiteit
Dr.ir. E.M. Leclercq TU Delft
Prof.dr. Rik Leemans Wageningen Universiteit
Jip Leendertse MSc Utrecht University
Cor van Leeuwen M.Sc Hogeschool Rotterdam
Tineke Lenstra Lenstra Lab
Hans Lenstra Universiteit van Utrecht
Prof.dr. Harro van Lente Universiteit Maastricht
Prof.dr. P. Leroy Radboud Universiteit Nijmegen
Yorick Liefting Wageningen University
Madelon Lohbeck Wageningen University
Prof. dr. ir. J.J.A. van Loon Wageningen University
Dr.ir. Sandor Lowik Universiteit Twente
Prof.ir. P.G. Luscuere TU Delft
Karen Maas Open Universiteit
Prof. dr. ir. Vincent Marchau Radboud Universiteit
Dr. drs. ir. Christoph Maria Hogeschool Rotterdam
Prof.dr. P.Martens Universiteit Maastricht
Piet Massolt Odysseescholen
Dr. Piero Medici TU Delft
Dr. H.L.P. Mees  Utrecht University
Davy Meijer Wageningen University
Prof.dr.ir. Anthonie Meijers Technische Universiteit Eindhoven
Tim Meijers Leiden University
Annelein Meisner NIOO-KNAW en Lund University
Prof.dr. G.M.H. (Gerard) Mertens  Open Universiteit
Sita van der Meulen De Haagse Hogeschool
Prof. dr. C.J.H. Midden Technische Universiteit Eindhoven
Prof.dr.ir. G.M.J. (Frits) Mohren  Wageningen University
Prof.dr. H.C. Moll Universiteit Groningen
Prof. dr.ir. Liesje Mommer Wageningen University
Prof. Dr. Ellen H.M. Moors Universiteit van Utrecht
Elly Morriën Universiteit van Amsterdam
Dr. Ir. J. Mulder Tilburg University
Dr. ir. Karel Mulder TU Delft
Suzanne Naus-Wiezer  NIOO-KNAW
Dr. Pepijn van Neerijnen Universiteit van Amsterdam
Prof. dr. ir. A. Nijhof Nyenrode Business University
Professor D.C. Nijmeijer Technische Universiteit Eindhoven
Prof. dr. B.A. Nolet NIOO KNAW
Dr. Angela Oels Open Universiteit
Ir. Marieke Oldenwening Universiteit van Utrecht
Prof.dr. W. van Olffen TIAS
Dr. Rene Olie Erasmus Universiteit Rotterdam
Dr. Matthias Olthaar NHL Stenden Hogeschool
Dr. ir. Mieke Oostra Hogeschool Utrecht
Marjon van Opijnen Leaders for Economic Change
Prof.dr. P. Osseweijer TU Delft
Prof.dr. Paquita Pérez Salgado Open Universiteit Nederland
Dr. Pieter Pauw Frankfurt School of Finance and Management
Dorchanay Paykhar Fontys Hogescholen
Dr David Peck MSc TU Delft
Dr. Ing. Paul Peeters Hogeschool Breda
Paul Peeters Avans Hogeschool Breda
Dr. Katja Peijnenburg Universiteit van Amsterdam
Cees-Jan Pen Fontys Hogescholen
Peter Pennartz Avans Hogeschool Breda
Dr. Marcel van der Perk  Utrecht University
Susan Peters Universiteit van Utrecht
Prof. dr. Herman Philipse Utrecht University
Prof. dr. Theunis Piersma Rijksuniversiteit Groningen
Prof.dr. F. (Rick) van der Ploeg University of Oxford
Dr. Erik Poelman Wageningen University
Dr. M. van der Pol NIOO-KNAW
Dr. Kim Poldner wageningen university
Prof. Dr. Lourens Poorter Wageningen University
Marijke de Pous DRIFT
Dr. ir. Jaco Quist TU Delft
C.E. Raaijmakers NIOO-KNAW
Prof.dr.ir. Rudy Rabbinge Wageningen University
Prof.dr. Ad Ragas Radboud Universiteit Nijmegen
Cindy Ras  Fontys Hogescholen
Prof.  R.P.J.M. Raven Universiteit Utrecht
dr. Karin Rebel  Utrecht University
Gert Rebergen Izare
Marije Reedijk, MSc Utrecht University
Professor dr. ing. J.J.A.M. Reijniers MBA Nyenrode Business Universiteit
Gaston Remmers Stichting Mijn Data Onze Gezondheid
Prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder TU Delft
Prof.dr.ir. M. Rietkerk Utrecht University
Prof.dr. Ingrid Robeyns Utrecht University
prof.dr. A. Pereira Roders TU Delft
Prof. dr. A.G.L. Romme Technische Universiteit Eindhoven
Prof. Dr. Annemieke Roobeek Nyenrode Business Universiteit
D.C.Ropes Inholland University of Applied Sciences
Prof.dr.ir. J. Rotmans Erasmus Universiteit Rotterdam/DRIFT
C.R. van Rugge Universiteit Groningen
Prof. dr. Hens Runhaar Wageningen Universiteit
Quint Rusman Wageningen University
Prof.dr.ir. M.C.M. van de Sanden  Dutch Institute for Fundamental Energy Research (DIFFER)
Prof.dr. Huub Savenije TU Delft
Iris Schaap Universiteit van Utrecht
Dr. Saskia van Schaik Utrecht University
Johanna Schild Universiteit Leiden
Christian Scholl  Maastricht University
Prof.dr. Johan Schot Utrecht University
Kees Schreven NIOO-KNAW
Erik van Sebille Utrecht University
Prof. dr. Willem Seinen Universiteit van Utrecht
Giorgia Silvestri Erasmus Universiteit
Prof. dr. W. Sinke Universiteit van Amsterdam
Martin Slabbertje  Utrecht University
Dr. Ir. Erik  van Slobbe Wageningen University
Arne Smeels MA  Utrecht University
Dirk-jan Smelt M.Sc  Maastricht University
Prof. Dr. Ir. Arno Smets TU Delft
Hans M. Smid Wageningen University
Dr. Ir. Lidwien Smit Utrecht University
Dr. Stephen Snelders Utrecht University
Prof. dr. Daan van Soest Univeriteit v Tilburg
Dr Geert J. Somsen Maastricht University
Han van Son Avans Hogeschool Breda
Mirella PNC Soyer Hogeschool Rotterdam
Dr. Godelieve Spaas Avans University of Applied Science
Dr. J. Spitzen Wageningen University
Annemarieke Spitzen Ravon
Prof. dr. M.N. Spoor Erasmus Universiteit Rotterdam
J.F. van Stappen Utrecht University
Prof. dr. E.M. Steg Rijksuniversiteit van Groningen
Prof. dr. Jan Stel Universiteit Maastricht
Rebecca Stellato UMC Utrecht
Prof.dr. Frans Stokman Rijksuniversiteit van Groningen
Dr. Gino van Strijdonck Zuyd University of Apllied Sciences
Dr. Jan-Berend W. Stuut NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Marieke de Swart  Wageningen University
Heleentje Swart Circulair Friesland
Ir. P. Teeuw TU Delft
Dr.ir. M. Tenpierik TU Delft
Sven Teurlincx NIOO-KNAW
Marjan Tewis Universiteit van Utrecht
Dr. David W. Thieltges NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research 
Sander Tideman Erasmus Universiteit
Dr.ir. N.M.J.D. Tilllie TU Delft
Prof.dr.ir. A. van Timmeren TU Delft
Helen Toxopeus Utrecht School of Economics
Dr. C. Tromp Universiteit van Amsterdam
Ir. Tanya Tsui TU Delft
Prof.dr. Arnold Tukker Universiteit Leiden en TNO Delft
Dr. D.P. (Daan) van Uhm Utrecht University
Jetske Vaas MSc  Utrecht University
Rens Vaessen Utrecht University
Em.Prof.dr. Anne van der Veen Technische Universiteit Twente
A.C. (Anne) van Veen MA Utrecht University
Dr. E.M. Veenendaal  Wageningen University
Prof.dr. D.R. Veenstra Universiteit van Groningen
Dennis Vegter Universiteit Twente
Myrthe Velter Maastricht University
Evert-Jan Velzing Hogeschool Utrecht
Dr Philippine Vergeer Wageningen University
Dr. Ir. Robert Vergeer TU Delft
Dr. M.H. Verheije Utrecht University
Eveline C. Verhulst Wageningen University
Dr. M.J.A. Vermeij Universiteit van Amsterdam
Prof.dr. Marc Vermeulen TIAS
Walter Vermeulen Universiteit van Utrecht
Prof. mr. Jonathan Verschuuren Universiteit van Tilburg
J.M. Vervoort Utrecht University
Pita Verweij Utrecht University
Dr.Mart Verwijmerden Avans Hogeschool
Prof. dr. Louise Vet Universiteit Wageningen
Dr. Marjanneke Vijge  Utrecht University
Alexandre Villela Wageningen University
Prof. dr. Marcel E. Visser University van Groningen
Tessa Visser Wageningen University
Petra Visser Universiteit van Amsterdam
Prof.dr. Peter van der Voort TIAS
Vosteen, Ilka Wageningen University
Dedmer van de Waal NIOO-KNAW
Guido Walraven Hogeschool InHolland
Lodewijk van Walraven NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research
Prof.dr.ir. A.E.J. Wals Universiteit Wageningen
Prof.dr. Bert Van Wee TU Delft
Prof. Dr. A.W. (Arthur) Weeber TU Delft
Jan-Henk Welink TU Delft
Prof. dr. J.F.D.B. Wempe Universiteit Tilburg
Wesseling, J.H.  Utrecht University
Melchior van Wessem Utrecht University
Drs. Rob Westerdijk Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Dr Martijn Weterings Wageningen University
Prof.dr. Gail Whiteman Lancaster University
ass. Prof.dr. F. Wijen Erasmus Universiteit Rotterdam
Niko Wojtynia Utrecht University
Prof. dr. Ernst Worrell Universiteit Utrecht
Dr. E.R. J. Wubs NIOO-KNAW
Dr. Emma van der Zanden Universiteit van Amsterdam
Ingrid Zeegers Vereniging Circulair Friesland
Prof.dr. A.J. de Zeeuw Universiteit van Tilburg
Arjan Zegwaard MSc PhD Wageningen University
Dr. A.E. (Annemarie) van Zeijl-Rozema Maastricht University
Prof.dr.ir. Miro Zeman TU Delft
Em.Prof.dr.ir. B.C.J. Zoeteman Universiteit Tilburg
Prof. Dr. Bob van der Zwaan Universiteit van Amsterdam
Dr. Mark Zwart NIOO-KNAW
J.A. Zwerts MSc Utrecht University

Belast bedrijven en ontzie burger in energietransitie

 

De hoge inkomens zullen veel meer gaan betalen voor de energietransitie dan de lage inkomens. 

Allereerst het kostenelement. Het PBL heeft vorig jaar de kosten van de energietransitie berekend: circa 0,5 procent van het bbp tot 2030 (circa 3-6 miljard euro per jaar), oplopend tot 1-2 procent van het bbp tot 2050 (circa 10-20 miljard euro per jaar). Dat zijn forse bedragen, maar zeker niet onoverkomelijk. De gezondheidszorg kost circa 13 procent van het bbp, en energie is net als zorg een basisbehoefte. Bovendien zijn het niet zozeer kosten, maar meer investeringen in een schone energie-infrastructuur, die allerlei opbrengsten en vermeden kosten met zich meebrengt. Zoals werkgelegenheid, duurzame economische groei, innovatie en vermeden CO2. En dat laatste kan hoog oplopen. Een recente studie in Nature toont aan dat de kosten van niets doen aan klimaatverandering kunnen oplopen tot 350 euro per ton CO2, wat voor Nederland tientallen miljarden euro’s betekent. Het is dus wel betaalbaar en levert ook nog substantiële baten op.

Gekke Henkie

 

Wel gaat het om een sociaal verdelingsvraagstuk. De nieuwe energie-infrastructuur moet worden betaald door bedrijven en overheid, maar ook door de burger, ook al durven weinig politici dit hardop te zeggen. De extra kosten kunnen de komende 10 jaar oplopen tot 1.000 euro per jaar in 2030. Voor veel mensen is dat geen probleem, voor anderen is het niet op te brengen. Het kan dus niet anders dan dat de hoge inkomens aanzienlijk meer gaan betalen dan de lage. Dit kan bijvoorbeeld worden verrekend via de inkomstenbelasting. We verdelen de zorgkosten ook niet gelijk over alle mensen en huishoudens.

Dan de gidsfunctie. Rechts postuleert de mythe dat Nederland ver voorop wil lopen als ‘groene gekke Henkie’. Niets is minder waar. Nederland loopt juist achter met de verduurzaming: wat betreft CO2-reductie, CO2/capita, CO2/euro en CO2/bedrijf behoort Nederland tot de achterhoede van Europa. Op het gebied van opgewekte duurzame energie (6 procent van onze energie is duurzaam) is Nederland zelfs één-na-laatste, alleen Luxemburg doet het nog slechter. Zelfs als je corrigeert voor de hoge dichtheid en intensiteit van Nederland, doen we het in Europa nog bar slecht. En als we het klimaatdoel in 2030 halen (49 procent CO2-reductie), dan behoren we nog slechts tot de Europese middenmoot. Van een gidsfunctie is dus geen sprake.

We kunnen al verduurzamen met de technologie die er nu is, en er is een diversiteit nodig: zon, wind, biomassa, aardwarmte, omgevingswarmte, restwarmte, biogas, waterstof. De inzet en verdeling ervan zal afhangen van de vraag, marktontwikkelingen en overheidsbeleid, en zal van regio tot regio, en zelfs van wijk tot wijk verschillen. Dit wordt een combinatie van onderop, kleinschalig (wijk- en buurtgericht) en top-down grootschalig (waterstof en wind op zee). Op het gebied van kernenergie heeft Nederland weinig expertise opgebouwd. Een moderne kerncentrale kost zo’n 10 miljard, de bouw duurt gauw 10 jaar, en ze zijn niet rendabel.

Onontkoombaar

In de energietransitie gaat het om het organiseren en de kostenverdeling. Het overgrote deel van de CO2-emissies wordt door bedrijven uitgestoten, waarvan 90 procent door de grootste 100 bedrijven en 80 procent door de grootste 20. Burgers genereren veel minder CO2, maar betalen daarover verhoudingsgewijs veel meer energiebelasting: 150 euro per ton CO2; grote bedrijven slechts 8 euro per ton CO2. Dat is absurd. En als we niets doen, wordt dit verschil alleen maar groter de komende jaren.

De invoering van een CO2-belasting voor bedrijven is daarom onontkoombaar, wat onlangs ook bepleit is door 70 economen en de Nederlandsche Bank, die aangeeft dat een CO2-belasting van 50 euro per ton te dragen is voor het bedrijfsleven. Per saldo genereert het 1 procent minder bbp, een heel ander geluid dan het spookverhaal over desastreuze economische effecten van een CO2-belasting dat VNO-NCW in de persoon van Hans de Boer verspreidt.

De angst dat bedrijven dit gaan doorbelasten en de burger hier toch weer voor opdraait, is niet terecht. Sommige producten zullen duurder worden, maar andere goedkoper. Bovendien kunnen de CO2-belastingopbrengsten worden gebruikt om andere belastingen te verlagen of om duurzame initiatieven te subsidiëren. Per saldo kan door een CO2-belasting het besteedbaar inkomen van de burger er op vooruit gaan.

Kortom, de energietransitie is één van de grootste opgaven waar wij voor staan. Dat vraagt om scherpe keuzes die het nodige kosten, maar ook veel opleveren. Daarbij past geen adempauze maar een versnelling!

Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.  

Gepubliceerd in Volkskrant 29-01-2019

Meer Zonnepanelen? Graag in Nederland!


Reactie op column van Louise Fresco
Jan Rotmans
Erasmus Universiteit Rotterdam

Louise Fresco stelt in haar NRC-column van 16 juli jl. 8 vragen over te nemen klimaatmaatregelen, die vragen om heldere beantwoording op kalme toon. Sommige vragen dateren al van decennia geleden, en zijn intussen allang beantwoord, andere zijn meer dilemma’s. In elk geval hierbij een poging de kern van de meervoudige vragen, beknopt maar duidelijk te beantwoorden.